Beknopt overzicht van de geschiedenis van het zwemmen
Het zwemmen - in waterrijke gebieden - kan als één van de oudste verplaatsingsvormen in het water worden beschouwd.
Voor onze voorouders was het zwemmen de enige manier om diepe rivieren over te steken.
De oudste afbeeldingen van zwemmende mensen werden gevonden in de grotten van Wadi Sori in de Lybische woestijn.
Reeds 3500 jaar voor Christus zwommen de Egyptenaren in een soort borstcrawl.
De Assyriërs, Grieken en Romeinen moeten zich eveneens van een soort borstcrawl bediend hebben.
In de oudheid was een zijslag ook al bekend.
Bij de Grieken stond het zwemmen in hoog aanzien, hetgeen moge blijken uit het in die dagen gebruikelijke gezegde: "Hij kan lezen nog zwemmen".
De Romeinen bouwden zeer luxe ingerichte openbare badhuizen, thermen genaamd.
Deze thermen gaven de gelegenheid tot zwemmen, balspelen, het nemen van koude, lauwe en warme baden, zweetbaden en massages.
Een kombinatie van al deze mogelijkheden had tot doel, het verkrijgen van een betere konditie.
Met het verval van het Romeinse Rijk verdwijnt ook de belangstelling voor het zwemmen.
De Germanen beoefenden de zwemkunst in de rivieren en hadden daarbij gezelschap van hun vrouwen, die zich niet onbetuigd lieten en de mannen naar de kroon stootten.
In de Middeleeuwen zien we het zwemmen terug in het opvoedingspatroon van de ridders.
De ridders moesten voldoen aan de zeven ridderlijke volmaaktheden bestaande uit schaken, dichten, jagen, schieten, schermen, paardrijden en zwemmen.
Later kwam het zwemmen door verschillende oorzaken opnieuw in diskrediet.
Door kerkelijk druk werd de beoefening van het zwemmen in een periode van vele eeuwen praktisch in de ban gedaan.
Lichamelijke oefeningen waren in die tijd uit den boze, omdat dat voortsproot uit het heidens zinnelijke leven van de thermen.
Het zwemmen zien we pas weer opbloeien rond 1800.
De Maastrichtse Reddingsbrigade kreeg in 1935 als eerste verenigng in Limburg aarzelend toestemming van de Gemeente Maastricht om gemengd te mogen zwemmen !
Belangrijke personen die duidelijk hun stempel gedrukt hebben op de techniek van het zwemmen of de verbetering daarvan:
Belangrijke personen die duidelijk hun stempel gedrukt hebben op de techniek van het zwemmen of de verbetering daarvan:
| 1538 | Nicolaus Wynmann |
| 1770 | Jean Jacques Rousseau |
| 1792 | Oronzio de Bernardi |
| 1801 | Guts Muths |
| 1850 | Ernst von Pfuel |
| 1925 | Kurt Wiessner |
| 1925 | De Nederlander J. Bongertman. |
Na de Middeleeuwen verscheen het eerste leerboek over zwemmen. Wynmann gaf dit boek de titel "Colymbetes".
Oronzio de Bernardi schreef in 1797 een boek over zwemmen met de titel "Volledig leerbegrip van de zwemkunst".
Guts Muths schreef zijn beroemd geworden boekje in 1798 "Klein leerboek van de zwemkunst".
Bongertman ontwikkelde een klassikale aanpak van het zwemmen, de tot dan gebruikte drietakt methode vervangt hij door de tweetakt, dit was technisch gezien een belangrijke wijziging.
Kurt Wiessner zet het natuurlijk bewegen en het kind centaal, de zwemoefeningen moeten passen bij de kinderlijke denk- speel- en ervaringswereld. De leerling moet zich vrij voelen in het water.
Het zwemonderwijs in Nederland is sterk beïnvloed door deze laatste twee zwempedagogen: De Haarlemmer Bongertman en de Oostenrijker Wiessner.
Lex Ackermans
Geschiedenis